Verbeelding en waarheid in de religieuze traditie

Iemand gaat skiën. Hij is toe aan ontspanning en beweging, aan aan snelheid en het voelen van z’n wendbaarheid. Daar kan hij de sneeuw goed voor gebruiken. Als hij ‘s ochtends voor een maagdelijk sneeuwlandschap staat, verlicht door de zon, voelt hij de behoefte in de sneeuw een heel mooie curve te maken met zijn ski’s, om zo recht te doen aan de schoonheid die voor hem ligt. Het zou doodzonde zijn om een rommelig spoor te maken. Het landschap landschap ervaart hij als een geschenk, en het doet een appèl op hem. Hij vraagt zich niet meer af of de sneeuw voldoet aan zijn eisen, maar het vervult hem met vreugde bij te dragen aan dit landschap.

Dit lijkt op, of is een vorm van, het religieuze besef waarbij de wereld ervaren wordt als een groot geschenk, waar het appèl van uit gaat goed met dat geschenk om te gaan. Een gave die tegelijk een opgave is. In de Joodse en Christelijke traditie wordt dit uitgedrukt door te zeggen dat de wereld schepping is, die aan ons is toevertrouwd door de Schepper, door God. Het spreken over God in dat verband is niet een poging tot verklaring, zodat je zou kunnen denken: ‘Oh nu snap ik waar de wereld vandaan komt, die is door God geschapen’.

Religie leeft van verbeeldingskracht, maar dat wil niet zeggen dat het allemaal maar verbeelding is.

Nee, het spreken over God is eerder een aanduiding ervoor dat ons verklaren tekort schiet, maar dat we ons geroepen weten deze wereld als kostbaar geschenk te behoeden en bewaren. Om dankbaarheid te uiten en het het besef daarvan levend te houden, vertellen de religieuze tradities verhalen en hebben zich rituelen ontwikkeld. En er worden gemeenschappen gevormd van mensen die die verhalen vertellen en die rituelen uitvoeren. Die verhalen en rituelen zijn gevormd door onze verbeeldingskracht. Die kan alle kanten opgaan en er zijn dan ook flinke verschillen tussen de diverse religieuze tradities. Alle spreken over boven komt van beneden. Religie leeft van verbeeldingskracht, maar dat wil niet zeggen dat het allemaal maar verbeelding is. De verhalen proberen recht te doen aan vermoedens en intuïties die volgens velen waar en verrijkend zijn. De rituelen houden de aandacht daarvoor scherp.

Er gaat iets mis wanneer we het element van onze verbeeldingskracht vergeten en de verhalen voor letterlijk waar en historisch gaan houden en van de in de traditie gevormde regels gaan aannemen dat ze goddelijk gezag hebben en eeuwig gelden. Geloof wordt dan fundamentalistisch, star en gevaarlijk (iets wat niet alleen religieuze overtuigingen, maar alle levensbeschouwingen bedreigt). Maar dat is niet nodig. Het is mogelijk voeling te houden met de beseffen van dankbaarheid, verwondering en geroepen zijn, die het hart van de religie vormen. Religie nodigt als het goed is uit om met liefde naar de wereld te kijken.

[De gelijkenis van de skiër is ontleend aan het Gerd Theissen, Glaubenssätze pag.83]

Advertenties

Loop maar een tijdje mee

Over geloof als levenspraktijk

Toen ik begon met mijn studie theologie kwam rabbijn Jehuda Aschkenasy op de faculteit om studenten te werven om bij hem over het Jodendom te leren. ‘Het zal je een beter christen maken’ zei hij, ik denk dat hij daar gelijk in had. Ik herinner me dat een van de studenten niet meteen overtuigd was en zei: “Wilt u mij vertellen wat uw godsbeeld is, dat kan ik bepalen of  mij dat aanspreekt en of ik mee wil doen.” Aschkenasy zei dat hij dat niet zo even vertellen kon. “Loop maar een tijdje mee, dan merk je het wel.” De student vond dat geen bevredigend antwoord. Ik weet niet meer precies wat ik er van dacht, maar ik ben bang dat ik het wel een beetje met die student eens was, in elk geval gaf ik mij niet op om mee te gaan doen.

Het woord ‘geloof’ is misleidend, het suggereert teveel dat het gaat om geloofsovertuigingen, om ideeën, terwijl het een levenspraktijk is.

Langzamerhand ben ik gaan begrijpen dat de rabbijn gelijk had. Je kunt niet zo maar vertellen wie God is en als je het wel doet wordt het gestamel. Misschien lukt het een persoonlijk getuigenis te geven dat iets laat zien van je geloof, maar maar een voor anderen overtuigend godsbeeld schetsen, zal doorgaans niet lukken. Dat komt niet doordat je daar een enorme theologische kennis voor moet hebben, maar het geloof krijgt z’n volle betekenis pas in het dagelijkse leven. Het wordt beleefd in een gemeenschap, er horen bepaalde rituelen bij, als zingen en bidden, en een bepaalde manier van omgaan met anderen. Het gaat in het christelijk geloof om iets anders dat een aantal opvattingen hebben over God, het is een praktische discipline. Dat geldt neem ik aan voor alle godsdiensten, maar ik beperk me nu tot degene waar ik iets van weet. Het woord ‘geloof’ is misleidend, het suggereert teveel dat het gaat om geloofsovertuigingen, om ideeën, terwijl het een levenspraktijk is. Ik beweer niet dat je er helemaal niets van kunt snappen als je niet eerst een tijd meedoet, maar wel dat een theoretische beschrijving altijd tekort zal schieten.

Inderdaad: lang leve onze christelijke cultuur!

Een petitie tegen het onterechte beroep op de christelijke cultuur

Sommige politici beroepen zich graag op de christelijke cultuur, terwijl ze een politiek voorstaan die daar haaks op staat. Ik heb het Thierry Baudet horen doen en Geert Wilders. Op petities24.com staat een petitie daartegen. Die begint met:

Aan onze politici in campagnetijd.
Hier een bericht terug vanuit de christelijke cultuur.
Wij hebben uw flirts gezien,
en zijn blij met de hernieuwde waardering voor onze mooie traditie.
Om de renaissance van onze relatie in goede banen te leiden,
laten we graag eerst even onze kant van het verhaal horen.

Daarna zeggen ze onder andere:

Iedereen mag bij de christelijke cultuur horen. Jood, Griek, man, vrouw, koning, slaaf.
Zo zei een van onze oprichters het ongeveer, de apostel Paulus.
Deze christelijke jood met een Romeins paspoort schreef dat in het Grieks.
Christen word je niet door ras of uit geboorte of vanwege je historie.
Christen mag je zijn door de genadige adoptie van een liefdevolle hemelse vader.
Dat uitnodigende karakter zit diep verankerd in de christelijke cultuur.
Overal waar die term gebruikt wordt, moet er een welkom klinken.
Jezelf ‘christelijk’ noemen om daarmee hele groepen anderen buiten te sluiten is geen optie binnen onze traditie.
Zelfs niet als die ander geldt als concurrent of zelfs bedreiging:
‘Heb uw vijand lief’ is een vuistregel die wij wonderlijk (soms pijnlijk) genoeg hebben meegekregen van onze Heer zelf.

en ook:

Wij passen ervoor om ingezet te worden voor holle campagne-retoriek,
om als stemvee te worden opgetrommeld, om de symbolische stok te zijn waarmee anderen worden weggeslagen.
Dat druist recht tegen het hart van het christendom in, dat wereldwijd open is,
grenzeloos barmhartig en lokale politieke beslommeringen ver overstijgt.

Ik heb meteen ondertekend!

Ik zal zijn die ik zijn zal

God belooft er te zijn, maar weet nog niet hoe

moses_burning_bush_bysantine_mosaicDe godsnaam wordt in het Oude Testament aangeduid met de vier letters JHWH. Deze worden door de Joden niet uitgesproken. Ze gebruiken omschrijvingen als ‘de Naam’, ‘de Heer’ of: ‘de Eeuwige’. Een mooie weergave vind ik: ‘de Ene’. In Exodus 3 wordt een toelichting gegeven op deze naam, die geen naam is. Mozes wordt daar door een geheimzinnige stem geroepen om de Israëlieten uit de slavernij in Egypte te leiden naar de de vrijheid. Wanneer Mozes vraagt wat de naam is van degene die hem daar roept, krijgt hij iets te horen wat op verschillende manieren wordt vertaald: ‘Ik ben die ik ben’, ‘Ik zal zijn die ik zijn zal’, ‘Ik ben die er zijn zal’. Dat zinnetje wordt dan samengevat in die naam: JHWH, de letters zijn bijna hetzelfde in het Hebreeuws.

God zal zich moeten aanpassen aan de omstandigheden

Het is een belofte dat God met Mozes en het volk zal gaan. Doorgaans wordt het ook opgevat als een waarschuwing dat Mozes God niet kan doorgronden of manipuleren. God zal er zijn, maar op zijn manier. Maar zouden deze woorden niet kunnen worden opgevat als aanduiding dat ook God niet weet hoe hij er zijn zal? God belooft bij Mozes en het volk te zijn, maar weet nog niet hoe, want ook God weet niet wat er zal gebeuren. God zal zich moeten aanpassen aan de omstandigheden. In de christelijke traditie is God vaak als onveranderlijk voorgesteld, en alwetend, ook wat de toekomst betreft. Maar in veel Bijbelse verhalen is de toekomst open en God vol beweging. In de traditie is God doorgaans degene die de omstandigheden bepaalt, maar in veel bijbelse verhalen reageert God op de omstandigheden.

Survival of the unfittest

Een nieuwe fase in de evolutie

img_2205

De voorstelling waar ik in de vorige bijdrage over schreef is onderdeel van het programma over de mogelijkheden van mensen met een beperking: Survival of the Unfittest in het Grand Theatre in Groningen. Wat een prachtige titel!

Er is in de wereld ongetwijfeld een struggle for life en een survival of te fittest. Degenen die het best zijn aangepast aan de omstandigheden overleven. Maar hoe zit het met degenen die niet zo goed zijn aangepast?

De mate waarin je een bepaalde samenleving ‘beschaafd’ of ‘ontwikkeld’ kunt noemen, wordt bepaald door de manier waarop wordt omgegaan met de zwaksten in die samenleving, de niet aangepasten, de unfittest. Het belangrijkste doel van de bijbelse traditie is, geloof ik, de vorming van een cultuur waarin ‘de weduwe en de wees’ (de meest kwetsbaren uit die maatschappij)  mogelijkheden tot leven krijgen.

Jezus verkondigde het komen van ‘het koninkrijk van God’. Volgens sommigen is dat pie in the sky when you die. Of ‘opium van het volk’, een droom dat het later goed zal zijn, die mensen helpt te aanvaarden dat het nu slecht is, en die dus verdovend werkt en helpt de bestaande machtsverhoudingen voort te zetten. Maar er is ook een andere opvatting mogelijk: dat het gaat om een verandering in onze maatschappij.

Verder lezen Survival of the unfittest

Duets with Jim

Muziektheater met de geluiden van een verstandelijk beperkte jongen

Gisteren een prachtige voorstelling gezien: Duets with Jim. De zangeres Andrea van Beek liet composities maken waarin de geluiden van haar ernstig lichamelijk en verstandelijk beperkte zoon Jim het uitgangspunt zijn. Zijn geluiden zijn opgenomen op band, worden afgespeeld en zij zingt erbij zodat een duet ontstaat. We gingen er deels naar toe uit herkenning, ik heb een tweelingbroer die ook alleen ongearticuleerde geluiden voort kan brengen. Maar ook zonder die persoonlijk band is de voorstelling zeer de moeite waard. Het is heel mooie muziek, die duidelijk maakt dat je met een liefdevolle blik schoonheid kunt ontdekken in het leven van een ernstig beperkt mens. Een ode aan de liefde en de kunst.

De uitvoering was in het Grand Theatre in Groningen in het kader van het programma Survival of the Unfittest. Daarover meer in de volgende bijdrage.

Geloof en menselijkheid

Een blog over theologie, levensbeschouwing en humaniteit.

img_0368‘Wat betekent het mens te zijn?’ Iemand noemde deze woorden uit Psalm 8 eens een samenvatting van dat waar het in het Oude Testament over gaat. Ik zou zeggen: waar het in heel de Bijbel over gaat. Daarom koos ik als ondertitel voor deze blog waar ik wil schrijven over de Bijbel, levensbeschouwing, theologie en maatschappij de woorden: geloof en menselijkheid.

Psalm 8:5a  Wat betekent het mens te zijn?

Gaat het in de Bijbel dan niet over God? Ja, ook. Maar God gaat het niet om zichzelf, maar om de mens en dus gaat het er uiteindelijk over wat het betekent mens te zijn.